Gewone Genade, Geweldige Genade en Goedkope Genade

Gewone Genade

Misschien herken je het wel, ik heb in ieder geval heel lang zo gedacht: ‘Als ik weer eens gezondigd heb, dan zal God wel van mij walgen. Het zou wel heel hypocriet zijn om na te zondigen vrijmoedig naar God te gaan, Hij ziet me aankomen… Nee, misschien moet ik eerst maar eens een tijdje met mijn schaamte en mijn schuld zitten, mezelf als het ware kastijden met deze schuld en schaamte. Wie weet, ben ik dan op een gegeven moment weer goed genoeg voor God en doet God dan weer de poort van Zijn Paleiszaal op een kiertje en kan ik, voorzichtig, weer naar binnen sluipen, maar wel met mijn ogen neergeslagen. God heeft dan nog een aantal harde woorden voor me. Maar dan eindigt Hij met: ‘Nou vooruit dan maar, het is je weer vergeven.’’

Zo heb ik eigenlijk zelf heel lang gedacht over genade. Een beetje als de verloren zoon, die voordat hij terugkeert naar zijn vader, tegen zichzelf zegt (Lucas 15:18-19):

Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen U, ik ben het niet meer waard Uw zoon genoemd te worden; behandel mij als één van uw dagloners.

Wat gebeurt er eigenlijk als je zo denkt over God en Zijn genade? We gaan ons verstoppen voor God. We stappen uit het licht, in het donker, en zitten daar met onze schaamte en schuld en dat is nu juist net niet de bedoeling. Misschien is het verhaal in Genesis 3 van Adam en Eva een goed voorbeeld. Zoals je ongetwijfeld wel weet, aten Adam en Eva van de boom waarvan God had gezegd dat zij er niet van mochten eten. Wat doen Adam en Eva op het moment dat zij gegeten hebben? Genesis 3:8-9:

Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor Hem tussen de bomen. Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’

Adam en Eva verstopten zich, ze gingen in het donker zitten met hun schande en schaamte. Dat is hoe we vaak denken over Gods genade, in ieder geval: ik wel. Gods genade wordt dan ‘Gewone Genade’. Maar is dat echt hoe het werkt bij God? Moeten we echt eerst met onze schuld, schaamte en schande in het donker zitten, onszelf daarmee kastijden en dan maar hopen dat God het door de vingers ziet?

Geweldige Genade

Ik denk dat we God tekort doen als wij over Zijn genade denken als ‘gewone genade’, maar we doen ook onszelf tekort. We leggen onszelf iets op wat niet hoeft. Naar mijn idee is Gods genade geen ‘gewone genade’, maar ‘geweldige genade’.

Ik hoorde een tijdje geleden een predikant het volgende verhaal vertellen over Gods genade:

Stel je voor, ik ben een Christen. En jij volgt mij een dag, onzichtbaar. Ik ga naar mijn werk, ik ga naar de supermarkt. Tijdens deze dag zondig ik keer op keer, ik geef toe aan allerlei verleidingen, het is een verschrikkelijke dag, ik maak er een zooitje van. En jij ziet deze ramp gebeuren, ik was een slechte Christen die dag. Die avond kom ik thuis, en jij, als volger, verwacht dat ik naar de ‘donkere kamer’ zal gaan. En in die ‘donkere kamer’, zal ik mijn gezicht in mijn handen doen en moet ik omgaan met mijn walging over mezelf, mijn falen en mijn teleurstellingen. Ik moet leren leven met de consequenties van mijn zonden van die verschrikkelijke dag. En jij, terwijl je mij volgt het huis in, bent ervan overtuigd dat dit zal gebeuren, maar ook dat dit móet gebeuren. Maar, ik loop snel door de ‘donkere kamer’, ik ren door de gang en daar ren ik de ‘lichte kamer’ in. En daar zit Jezus. En ik ren naar Hem toe en spring in Zijn armen, en Hij is blij dat ik er ben, Hij omhelst mij, Hij houdt van mij en accepteert mij. En jij, als volger, ziet dit alles en je bent geschokt! Je denkt: ‘Jezus móet weten hoe deze loser-Christen zich vandaag gedragen heeft! En dat hij dan nu zo doet? Dat is onacceptabel! Het is schandalig!’ Maar dat is precies wat Gods genade is: schandalig.

Gods genade is misschien niet zoals je het verwacht. Het is eigenlijk schandalig, de genade die God geeft.

David en Batseba

Als voorbeeld wil ik naar het verhaal van David en Batseba, dat wordt beschreven in 2 Samuel 11 en 12. Kort samengevat valt daarin het volgende te lezen:

Terwijl zijn leger oorlog aan het voeren is, blijft David in Jeruzalem. Hij ziet Batseba en wilt meer van haar weten. Ze blijkt de dochter te zijn van Eliam en de vrouw te zijn van Uria. Uria en Eliam zijn beide soldaten in het leger van David. David laat Batseba bij hem komen en slaapt met haar, ze raakt zwanger. David ziet het probleem en roept Uria, de man van Batseba, terug van het slagveld. Hij probeert ervoor te zorgen dat Uria met Batseba slaapt, zodat hij niet meer verdacht zal zijn van haar zwangerschap. Maar Uria weigert, hij wilt niet naar huis zolang zijn kameraden slag leveren in de oorlog.

David besluit om Uria terug te sturen naar het slagveld en geeft Uria een brief mee voor Joab, de bevelhebber. Daarin staat dat Joab Uria op een gevaarlijke plek moet zetten op het slagveld waar hij zeker zal sterven. Dat gebeurt ook, Uria sterft, maar ook de mannen die met hem op het slagveld zijn, sterven. David heeft op dit moment niet alleen geslapen met een vrouw die niet de zijne is, hij heeft een massamoord gepleegd, Uria en de mannen die bij hem waren, zijn dood.

In het laatste vers van hoofdstuk 11 staat dat David Batseba tot vrouw neemt en dat zij een kind van hem krijgt. Maar er staat ook dat wat David had gedaan slecht was in de ogen van de Heer. Dat niet alleen, ook de schrijver lijkt zijn walging van David zijn actie niet te kunnen verkroppen, in vers 26 schrijft hij:

Toen de vrouw van Uria hoorde dat haar man Uria dood was, bedreef zij rouw over haar echtgenoot.

In deze korte zin benadrukt de schrijver drie keer dat Batseba de vrouw is van Uria, en daarmee uit hij zijn walging voor de daad van David.

Zoals gezegd, was wat David deed slecht in de ogen van de Heer, de Heer stuurt Nathan de profeet die hem zijn zonde duidelijk maakt. De Heer straft David, in 2 Samuel 12:11 staat dat God onheil zal brengen over Davids huis, het zwaard zal niet wijken van het huis van David. Ook zal het kind dat Batseba gebaard heeft sterven. David wordt hard gestraft.

Als je dit leest denk je: ‘En terecht! Wat David heeft gedaan is absoluut verkeerd, hij hoort keihard gestraft te worden! Hij pleegt overspel, vervolgens pleegt hij een massamoord, en hij denkt dat hij er wel makkelijk vanaf zal komen? Goed voor hem dat hij flink gestraft wordt!’

Maar dan komen er twee verzen die je niet zo snel aan ziet komen. Op dit punt zou je denken dat David Batseba nooit meer aan zou moeten raken, hij moet haar met rust laten. Hij heeft haar man gedood en nu is haar kindje ook nog dood. David, laat alsjeblieft die arme Batseba met rust.

Maar dan vers 24 en 25:

Daarna troostte David zijn vrouw Batseba. Hij ging naar haar toe en sliep met haar. Zij baarde een zoon die hij de naam Salomo gaf. De HEERE had hem lief, en zond een boodschap door de dienst van de profeet Nathan en noemde zijn naam Jedid-Jah, omwille van de HEERE.’

Na alles wat David heeft gedaan, krijgt hij toch weer een kind met Batseba. En God heeft dit kind, dat is ontstaan uit overspel en moord, lief. God geeft het kind de naam Jedid-Jah, wat betekent: ‘Geliefd door de HEERE’.

Hoe is het mogelijk? Na alles wat David heeft gedaan, God walgde er zelf van, keurt God dit goed? Ik zal het je nog sterker vertellen, de lijn van Jezus, Zijn geslachtregister, loopt via dit kind, Salomo. Als we naar Mattheüs 1 gaan dan zien we het geslachtsregister van Jezus en in vers 6 staat het volgende:

Isaï verwekte David, de koning; David, de koning verwekte Salomo bij haar die de vrouw van Uria was.

Zelfs Mattheüs lijkt het niet te kunnen geloven, hij kan het niet laten om te schrijven ‘die de vrouw van Uria was’. Je kunt het ongeloof, de verbazing van Mattheüs bijna voelen. Hoe is het mogelijk dat God dit doet?

Het antwoord is eigenlijk heel simpel, David ging niet in de ‘donkere kamer’ zitten, om zichzelf te kwellen om zo weer voor God te kunnen verschijnen. In plaats daarvan rende David, toen hij terecht werd gewezen, door de ‘donkere kamer’, de gang in en rende in één rechte lijn door naar de ‘lichte kamer’ waar Jezus op hem zat te wachten. Daar omhelsde Jezus hem en was Hij blij om David te zien. Hoe ik dat weet?

Naar aanleiding van het bovenstaande verhaal schreef David Psalm 51. David weet dat hij gezondigd heeft, dat hij gebroken is, maar hij weet ook waar hij naartoe moet. Hij weet wie God is en hoe God is. Hij gaat niet naar de ‘donkere kamer’, hij verstopt zich niet zoals Adam en Eva, maar gaat naar God.

Hij ontkent niet dat hij gebroken is en gezondigd heeft, als hij in de Psalm schrijft:

5 Ik ken mijn wandaden, ik ben mij steeds van mijn zonden bewust, tegen U, tegen U alleen heb ik gezondigd, ik heb gedaan wat slecht is in Uw ogen.

7 Ik was al schuldig toen ik werd geboren, al zondig toen mijn moeder mij ontving…

Maar David weet ook wat Gods genade is, Zijn ‘Geweldige Genade’:

9 Neem met majoraan mijn zonden weg en ik word rein, was mij en ik word witter dan sneeuw. Laat mij vreugde en blijdschap horen: U hebt mij gebroken, laat mij ook juichen. Sluit uw ogen voor mijn zonden en doe heel mijn schuld teniet.’

Schuldbesef                                                                                                                            David weet heel goed wat hij verkeerd heeft gedaan, en dat hij, naar menselijk oordeel, niet goed genoeg is om voor God te verschijnen. Hij is gebroken en schuldig. Maar hij kwelt zichzelf hier niet mee in de ‘donkere kamer’, hij probeert niet zichzelf te kwellen om weer goed genoeg voor God te kunnen verschijnen. Hij denkt niet: ‘God zal mij wel weer aan zien komen, laat ik mijzelf eerst kastijden met mijn schaamte en mijn schuld en wie weet… misschien laat God mij dan weer toe in zijn Paleis’. Nee, David weet heel goed dat hij zondig is, maar hij weet ook dat God met open armen op hem staat te wachten, zoals de vader op de verloren zoon stond te wachten. Dat God blij is als hij David binnen ziet komen in zijn Paleis, vrijmoedig. God laat daarmee Zijn ‘Geweldige Genade’ zien.

En dat geldt ook voor ons. Als wij voor Gods troon komen, dan ruikt Hij niet de stank van onze zonden, maar dan ruikt Hij de geur van Jezus. Want zoals de Oud Testamentische offers voor God een aangename geur waren, heeft Jezus Zichzelf gegeven als offer. Zodat God niet meer onze zonden ruikt, maar Jezus’ offer , en dat offer is een aangename geur voor God (Efeze 5:2).

Goedkope Genade

Nu denk je misschien: ‘Dat is wel lekker makkelijk, goedkope genade hoor. Ik kan dus zondigen wat ik wil want uiteindelijk maakt het toch niet uit. God vindt alles wel prima. Ik ben altijd welkom bij Hem, het maakt niet uit wat ik gedaan heb.

Paulus kan zich deze vraag voorstellen. In Romeinen 4 en 5 heeft Paulus uitgelegd hoe een mens gered wordt, genade ontvangt, namelijk door geloof alleen. En hij begrijpt meteen dat de mensen daar een vraag over hebben en die behandelt hij in Romeinen 6:1 en 15:

1 Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt?

15 Wat dan? Zullen wij zondigen omdat wij niet onder de wet maar onder de genade zijn? Volstrekt niet!

Je hoort het de mensen die Paulus brief lezen al zeggen: ‘Oh? Dus we kunnen nu gewoon zondigen? Het maakt allemaal niet meer uit? Lekker makkelijk!

Maar Paulus zijn antwoord is duidelijk. Op het moment dat je tot geloof bent gekomen en bent gedoopt in Zijn dood (vers 3), ben je met Christus opgestaan in een nieuw leven, een nieuw leven waarin je mag wandelen. De oude mens die is gestorven, was slaaf van de zonde, maar nu zijn wij slaaf van de gerechtigheid.

Met andere woorden: Als je zegt: ‘Dat is wel heel makkelijk geloven, beetje goedkope genade. Ik kan dus zondigen wat ik wil want uiteindelijk maakt het toch niet uit. God vindt alles wel prima.’, dan is het de vraag of je het hele evangelie wel hebt begrepen, of je in het nieuwe leven wandelt. Als je dat evangelie gelooft, dan kan het nog wel zijn dat je met dingen worstelt, maar je wílt niet meer zondigen. Het gaat tegen je nieuwe natuur in, want je bent namelijk in het nieuwe leven, vervult met de Heilige Geest. Je bent geen zondaar meer, maar een heilige. En daarom zal ‘Geweldige Genade’ bij een oprechte gelovige nooit vervallen tot ‘Goedkope Genade’, omdat de gelovige wandelt in het nieuwe leven.

Advertisements

4 thoughts on “Gewone Genade, Geweldige Genade en Goedkope Genade”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s