Is de doop noodzakelijk voor behoud?

Een paar dagen geleden kwam ik een stukje van iemand tegen op Facebook.  De inhoud ervan verbaasde mij een beetje, hij schreef namelijk dat de doop noodzakelijk is voor het behoud van een mens. Om deze stelling te bewijzen gebruikte deze persoon een aantal zogenaamde prooftexts. Één van deze teksten was Markus 16:16 (alle teksten uit de NBV):

‘Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld.

Andere teksten die gebruikt werden, waren Galaten 2:20 en Galaten 3:27:

Galaten 2:20:

Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven.’

Galaten 3:27:

U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed.’

De stelling dat de doop noodzakelijk is voor behoud, vond ik nogal opvallend. In dit stuk zal ik dan ook proberen te laten zien dat de doop helemaal niet noodzakelijk is voor behoud. Eerst zal ik aannemelijk proberen te maken dat de doop niet noodzakelijk is voor behoud, daarna zal ik bovenstaande teksten uitleggen.

Waarom de doop niet noodzakelijk is voor behoud

Volgens mij is het altijd van belang om een onderwerp te behandelen vanuit teksten waarin dat onderwerp centraal staat. Je kunt uit allerlei Bijbelboeken teksten plukken en daar je eigen theologie uit opmaken, maar het gaat om het grotere geheel van de tekst: wat is het onderwerp van de tekst die ik gebruik? Voor dit artikel stel ik het thema behoud centraal. Een belangrijk hoofdstuk in de Bijbel dat over behoud gaat, is Efeze 2 en dan vooral Efeze 2:8-10:

‘Door Zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God en geen gevolgen van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan. Want Hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid.’

Zoals je ziet, komt de doop nergens naar voren in deze tekst, ook niet in de rest van het hoofdstuk, waarin het onderwerp en centrale punt behoud is. Als de doop noodzakelijk zou zijn voor behoud, dan zou dit bij uitstek de tekst zijn om de doop te noemen, maar zoals gezegd: de doop is volledig afwezig.

Een andere belangrijke tekst is de Romeinenbrief, door veel theologen gezien als het theologische meesterwerk van Paulus. Dit keer pak ik niet een tekst, maar de gehele structuur van Romeinen, er zit namelijk een bepaalde opbouw in de brief. In de hoofdstukken 1 tot en met 3:20 schetst Paulus een vrij duister beeld. Hij laat in deze hoofdstukken zien dat de mens verloren is, Jood of heiden, met of zonder wet, er is niemand rechtvaardig. Na deze vrij duistere verzen begint Paulus vanaf 3:21 te schrijven over hoe men behouden wordt. Vanaf 3:21 tot en met hoofdstuk 4 van de Romeinenbrief laat Paulus zien hoe een mens behouden wordt en Paulus kan niet veel duidelijker zijn in die verzen: het is uit geloof, niet uit werken! Telkens weer herhaalt Paulus dit, lees de tekst maar eens (Rom 3:22, 3:25, 3:26, 3:27, 3:28, 3:29). Paulus blijft maar herhalen: het is een gift, het is door geloof, niet uit werken! Ook in hoofdstuk 4 laat Paulus zien dat het uit geloof is, daarvoor gebruikt hij Abraham als voorbeeld. Elke keer is in deze verzen de boodschap: het is een gift, door geloof, niet uit werken! En wederom valt iets op wat betreft de doop: de doop is volledig afwezig.

In hoofdstuk 5 begint Paulus met:

Wij zijn dus als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof en leven in vrede met God, door onze Heer Jezus Christus.’

Let op de werkwoordsvorm die Paulus gebruikt: zijn aangenomen, voltooid verleden tijd. In de voorgaande hoofdstukken heeft Paulus uitgelegd hoe wij worden behouden, namelijk door geloof. In hoofdstuk 5 geeft Paulus aan dat wij aangenomen zijn. Op dit punt zijn wij dus al gered. Opvallend wederom is de totale afwezigheid van de doop. Na hoofdstuk 5 begint Paulus te schrijven over het leven van een gelovige, en dan pas komt de doop voorbij (Rom 6:3). Belangrijk te onthouden, Paulus maakt overduidelijk dat wij vóór de doop al gered waren.

Nog een laatste tekst die ik wil gebruiken om aan te tonen dat de doop niet noodzakelijk is voor behoud, is 1 Korinthe 15:1-8. Door veel theologen wordt deze tekst gezien als de oudste geloofsbelijdenis die wij hebben.[1] En zoals je misschien al begrijpt: de doop ontbreekt.

Broeders en zusters, ik herinner u aan het evangelie dat ik u verkondigd heb, dat u ook hebt aangenomen, dat uw fundament is en uw redding, als u tenminste vasthoudt aan de boodschap die ik u verkondigd heb. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen. Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen. Pas op het laatst is hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was.’

Ook in deze vroege geloofsbelijdenis bevestigt Paulus dat geloof de kern is. De doop wordt niet genoemd.

Maar hoe zit het dan met de teksten waar ik mee begon?

Markus 16:16:

‘Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld.

Dat deze tekst als prooftext wordt gebruikt, vind ik eigenlijk zeer opvallend. Deze tekst laat juist zien dat de doop niet nodig is voor behoud. In eerste instantie lijkt het misschien alsof deze tekst beweerd dat de doop noodzakelijk is voor behoud, maar Markus voegt een heel belangrijk zinnetje toe: ‘maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld.’ Met deze zin laat Markus juist overduidelijk zien dat, ook in het zinnetje daarvoor, het element geloof centraal staat, niet de doop. Alleen degene die niet gelooft wordt veroordeeld.

Galaten 2:20:

Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven.’

Galaten 3:27:

U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed.’

Ook het gebruik van de teksten uit Galaten vind ik zeer opmerkelijk. Want ook in de Galatenbrief staat gered zijn door geloof en niet uit werken centraal! Sommige zeggen hierop dat de doop geen werk is. Maar volgens mij denkt Paulus daar heel anders over. Het probleem in de Galatenbrief is dat er Joodse gelovigen waren die vonden dat het religieuze ritueel van de besnijdenis noodzakelijk was voor behoud. Net zoals de besnijdenis, is de doop een religieus ritueel. Als Paulus een probleem maakt van het ene religieuze ritueel dat noodzakelijk zou zijn voor behoud, zou hij dan ook niet het andere religieuze ritueel afkeuren als noodzaak voor behoud? Het hele probleem in de Galatenbrief is dat er mensen waren die een ritueel, in dit geval de besnijdenis, noodzakelijk achtten. Waar de besnijdenis was bedoeld als een symbolische uiting van iets, hebben de mensen het omgedraaid, het wordt noodzakelijk. Zo is het ook met de doop. De doop is een publieke uiting van iets wat daarvoor gebeurd is. Het is een uiting van het feit dat wij al tot geloof zijn gekomen en gered zijn. Laten wij het dus niet net als de Galaten omdraaien en de doop noodzakelijk maken voor onze redding! Anders zal Paulus ook tegen ons moeten zeggen: ‘O dwaze Galaten… (Gal 3:1).

Bovendien heeft Paulus in de tekst van Efeze die ik hierboven gebruikte het woord ‘werk’ al gedefinieerd:

‘Door Zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God en geen gevolgen van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan.’

Paulus schrijft dat alles behalve geloof een werk is. Dus de besnijdenis, doop, avondmaal en andere zaken zijn allemaal werken en Paulus is er heel duidelijk over: wij worden niet gered door geloof plus werken, maar alleen uit geloof! De rituelen als besnijdenis, doop en avondmaal staan symbool voor iets.

Is de doop dan nutteloos?

Natuurlijk niet, mijn boodschap is ook helemaal niet dat wij de doop zouden moeten afschaffen. Ik ben er ook van overtuigd dat als je tot geloof komt, dat je niets liever wil dan je laten dopen. Maar soms zijn er omstandigheden in je leven waardoor je je (nog) niet kunt laten dopen. Voor die mensen: de doop is niet noodzakelijk voor je behoud! De doop is een symbool, een rituele uiting naar de buitenwereld van iets wat daarvoor al is gebeurd: namelijk dat je gered bent door het geloof in Jezus Christus en wat Hij heeft gedaan!

 

[1] P. Fernandes, No Other Gods. (Fairfax: Xulon Press, 2002), p 239-240.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s