Wat ik leerde van Luther

Het is de laatste module van het collegejaar: Praktische Theologie. Tijdens deze module moet ik mij verdiepen in een theoloog. Omdat ik eigenlijk niet zoveel weet over de theologen rond de Reformatie, kies ik voor Luther. Voor de eindopdracht moet ik biografieën van hem lezen, wat ik daarvan heb geleerd, wil ik hier delen.

Dit jaar is het 500 jaar geleden dat Luther zijn stellingen vastspijkerde op de deuren van de kerk in Wittenberg. Hoewel, vastspijkeren, hij heeft ze waarschijnlijk gewoon in een envelop gestopt en opgestuurd. In deze stellingen klaagde hij de kerk aan. Luther heeft veel voor de kerk betekend, dat zal ik niet ontkennen, maar Luther kende ook een zeer duistere kant. Hij raakte verbitterd, richting de Joden.

Luther sprak altijd vrij positief over Joden. Hij citeerde vaak een vers in zijn preken en in zijn geschriften, waarin hij relativeerde dat de Joden en Judas, Jezus hadden gekruisigd:

Onze grote zonde en zware misdaad
Hebben Jezus, de ware Zoon God, aan het kruis geslagen.
Daarom mogen wij jou, arme Judas, en ook de Jodenschaar,
Niet vijandelijk beschimpen, de schuld ligt immers bij ons.

Luther kon wel begrijpen dat de Joden niet tot geloof waren gekomen in Jezus. Hij vond het zelfs van gezond verstand getuigen. Hij schreef in 1523 het volgende in zijn boek Das Ihesus Christus eyn geborner Iude dey (‘Dat Jezus Christus een geboren Jood is’):

‘Want onze dwazen, de pausen, bisschoppen, sofisten en monniken, die grondstoffelijke ezelskoppen! Hebben tot nu toe zo met de Joden omgesprongen dat wie een goede christen zou zijn geweest, liever een Jood was geworden. En als ik een Jood zou zijn geweest en ik zulke dwazen en domkoppen had gezien, die het christelijke geloof regeren en onderwijzen zou ik liever een zeug zijn geworden dan een christen. Want zij hebben met de Joden gehandeld, alsof het honden waren en geen mensen, en zij hebben niet anders kunnen doen dan hen uitschelden en hun goederen afnemen.’

Luther raadt Christenen aan om de Joden vriendelijk te benaderen, bovendien raadt hij aan om de Joden werk te bieden. Op die manier hoopt hij dat de Joden weer wat ‘dichterbij zouden komen’. [1] Luther heeft goede hoop dat door de Reformatie de Joden Jezus zullen aannemen als hun Redder. Door de Reformatie zullen de Joden eindelijk tot geloof komen. Maar dat gebeurt niet. De Reformatie is bezig, maar de Joden blijven bij hun eigen geloof. Luther raakt verbitterd tegenover de Joden en begint zeer agressief over de Joden te schrijven. Zijn bitterheid slaat door in pure haat. Hij schrijft:

Het past helemaal in het oordeel van Christus dat de Joden giftige, bittere, wraakgierige, valse slangen, sluipmoordenaars en duivelsgebroed zijn, die heimelijk steken en schade berokkenen, omdat zij het niet openlijk kunnen. […] Een christen heeft naast de duivel geen giftiger, bitterder vijand dan een Jood.’

Maar hier blijft het niet bij, in 1543 schrijft hij Von den Jüden und jren Lügen (‘Over de Joden en hun leugens’). Hij begint Christenen aan te sporen tot actie tegen de Joden. Hij roept onder andere op om hun huizen en synagogen te verwoesten, de Joodse gebedenboeken en geschriften in beslag te nemen en om de Joden te verplichten tot dwangarbeid. En als dit geen effect heeft, moeten de Joden simpelweg verbannen worden. [2]

Luther is bitter geworden richting de Joden, bitter door teleurstelling. Nu moet ik zeggen dat ik ook wel eens teleurgesteld raak. Teleurgesteld, bijvoorbeeld in de kerk waar ik altijd naartoe ben gegaan. Er zijn een aantal zaken waar ik mij de laatste jaren aan stoor, zoals de vorm van de dienst, de kinderdoop en de plaats die de wetlezing inneemt (Zie: De functie van de wet). Het liefst zou ik bij deze kerk willen blijven, waar ik al mijn hele leven naartoe ga, maar als ik er kom, raak ik vaak weer teleurgesteld. Goed, het zal niet de vorm aannemen die het bij Luther aannam, maar toch, de teleurstelling moet niet omslaan in een soort bitterheid. Soms gaan de dingen niet zoals ik ze voor ogen heb, maar dat mag nooit een reden zijn om neer te gaan kijken op anderen. Misschien herken je dat zelf ook wel dat je teleurgesteld raakt in anderen. ‘Ze begrijpen het nog steeds niet’.  Maar dat is wat ik heb geleerd van 500 jaar Luther: laat je teleurstelling nooit omslaan in bitterheid.

Efeze 4:31-32 (HSV)
Laat alle bitterheid, woede, toorn, geschreeuw en laster van u weggenomen worden, met alle slechtheid, maar wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven heeft.’

[1] K. A. D. Smelik, Antisemitisme. Actualiteit van een historische ontwikkeling (Apeldoorn: Garant Uitgevers, 2015), p 176-177.

[2] K. A. D. Smelik, Antisemitisme. Actualiteit van een historische ontwikkeling (Apeldoorn: Garant Uitgevers, 2015), p 174-175.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s